Jeugdzorg

Hierbij de opbrengsten van de thema-avond van 26 mei met betrekking tot het onderwerp Jeugdzorg:

  • In deze gemeente heeft relatief gezien een vrij hoog percentage jeugdigen problemen. Hoger dan elders.
  • Wijkteams dienen een belangrijke rol te gaan spelen binnen de zorg voor de jeugd, zowel als orgaan waar signalen kunnen worden neergelegd als orgaan dat signalen verder gaat onderzoeken.
  • Pleidooi om de procedures m.b.t. het aanvragen/toekennen van plaatsingen op sociaal-medische indicatie bij de kinderopvang te versoepelen c.q. de bekostiging van de plaatsingen bij peuterspeelzalen voor kinderen in V.V.E.-achterstandssituaties.
  • 1 kind, 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur dient voor elke casus de norm te worden.
  • Zorg dat alle signalen uiteindelijk op één centraal punt binnenkomen en met elkaar in verbinding worden gebracht.
  • Burgers moeten worden geprikkeld om signalen van kindermisbruik/-handeling/-verwaarlozing eerder op te merken en tijdig te melden.
  • Houd de samenwerking rondom hulpvragers overzichtelijk. Benoem een regisseur maar zorg er ook voor dat er niet te veel zorgpartijen betrokken raken.
  • Het belang van de cliënt dient bij elke hulpvraag voorop te staan. Met name vertegenwoordiging sociale dienst in wijkteams kan spanningsveld opleveren (recht hebben op een objectieve aanpak zorgvraag versus signalen van mogelijke steunfraude).
  • De provinciaal gemeentelijke gezamenlijke inkoopcombinatie RIGG lijkt zwaar opgetuigd te worden. Er wordt vrij veel dure zorg ingekocht terwijl er mogelijk met wat minder gespecialiseerde zorg passend, maar goedkoper, dus meer uren zorg kan worden verleend.
  • Er moet meer aandacht komen voor mensen met een licht verstandelijke beperking. Niet alleen telt deze regio verhoudingsgewijs een hoger percentage mensen met deze beperking, ze komen in toenemende mate ook onder druk te staan als gevolg van het feit dat steeds meer zaken complexer georganiseerd raken, waardoor men buiten de boot valt, waar het vroeger nog nét ging.
  • De toeleiding vanuit het onderwijs en/of de kinderopvang naar zorg is nog onvoldoende geregeld. Na bespreking binnen de eigen zorgstructuur kan besloten worden een signaal omtrent een kind of jeugdige af te geven. Daarna ontstaat er vaak veel onduidelijkheid met name over zorgsignalen m.b.t. pubers. Ook zijn de wachttijden voordat het signaal kan worden opgepakt in vele gevallen hoog. Er is te weinig terugkoppeling naar de signaalgever.
  • Er is behoefte aan uitwisseling met het CJG in de nieuwe opzet na 1 januari 2015. Tot op heden is er geen helder antwoord gekomen op dit verzoek.
  • Er wordt bepleit om de zorg meer naar het onderwijs te halen.
  • Het belang van het kind moet te allen tijde het belang van privacy te boven gaan.
  • Er moet meer aandacht komen voor het melden van signalen kindermishandeling, waarbij de vraag waar het signaal wordt neergelegd van minder belang is dan dát het signaal wordt ontvangen (en opgevolgd). Het idee bestaat dat er met name binnen het onderwijs en onder de huisartsen op dit punt nog veel winst kan worden behaald.
  • De terugkoppeling vanuit Veilig Thuis na het afgeven van een zorgsignaal is nog erg traag.
  • Elk kind wordt met 18 jaar meerderjarig en handelingsbekwaam. Voor veel jeugdigen met een diagnose zou deze status eigenlijk pas op latere leeftijd verkregen moeten worden omdat ze – gegeven hun beperkingen – met 18 jaar eenvoudigweg nog niet stevig genoeg in het leven staan om deze verantwoordelijkheden aan te kunnen. Suggestie om voor jeugdigen met een licht verstandelijke beperking het moment van meerderjarigheid afhankelijk te maken van het niveau dat is bereikt.
  • Een IQ van 70 wordt gehanteerd als grens. Scoor je lager, kun je ondersteuning en hulp krijgen. Die grens is arbitrair en dient te worden losgelaten. Ook jeugdigen met een iets hoger IQ komen feitelijk gezien te kort om het zonder ondersteuning blijvend te redden.
  • Er is dringend behoefte aan een kwaliteitskeurmerk voor bewindvoerder en/of mentoren. Er lijkt momenteel nog veel kaf onder het koren te schuilen.
  • Over 5 jaar zou er veel meer dan nu moeten worden ingezet op preventie zodat er minder curatie hoeft plaats te vinden; er moeten tegen die tijd veel kortere lijnen en minder procedures/regels zijn binnen de jeugdhulpverlening, behandelingen moeten veel sneller dan nu van start kunnen gaan en er moet veel meer samengewerkt worden door instanties vanuit het belang van het kind.